article

#
 
 
 
 

De Financiële Wegwijzer

Deze Financiële Wegwijzer is vooral bedoeld voor pleegouders, pleegzorgwerkers en ouders. De Wegwijzer geeft u uitleg over een groot aantal financiële onderwerpen rondom pleegzorg.

U kunt hieronder door de volledige tekst bladeren of u kunt de complete Wegwijzer downloaden. Met het keuzemenu rechts kunt u direct naar het item van uw keuze gaan.

 

 
 
 
 

Pleegzorgvergoeding

Pleegouders die een pleegkind opvangen krijgen hiervoor een vergoeding. Deze basisvergoeding is voor alle pleegouders in Nederland gelijk en wordt ieder jaar vastgesteld in de Regeling Pleegzorg.

Hoe is de vergoeding opgebouwd?

De hoogte van de vergoeding wordt beschouwd als een gemiddelde dekking van de kosten voor de opvang van uw pleegkind. De pleegzorgvergoeding is dan ook bestemd voor de kosten die u maakt bij de verzorging van uw pleegkind. De Belastingdienst ziet de pleegvergoeding dan ook niet als inkomsten. Volgens de toelichting op de Regeling Pleegzorg zijn de volgende kosten in de basisbedragen opgenomen:

  • kosten van voeding kosten van inrichting, verwarming en dergelijke
  • lichamelijke verzorging 
  • zak- en kleedgeld
  • deelname aan sport en ontspanning
  • reiskosten zoals die bij ieder opgroeiend kind van toepassing zijn (bijvoorbeeld school en weekendbezoek ouders). Bijzondere reiskosten (zoals bij therapiebezoek en weekendbezoek) waarvan de kosten hoger zijn dan €20 per maand, worden doorberekend naar de ouders)
  • kleine onderwijskosten
  • eigen risico ziektekostenverzekering (bij vrijwillige plaatsing)
  • WA-verzekering (bij vrijwillige plaatsing)

Deeltijdpleegzorg en de pleegzorgvergoeding

De meest bekende vormen van deeltijdpleegzorg zijn weekend- en vakantiepleegzorg. De pleegzorgvergoeding is voor deze vormen ook afhankelijk van de tijd die het pleegkind doorbrengt bij het pleeggezin.

In de praktijk maakt het voor de vergoeding die (weekend-) pleegouders krijgen uit of een kind 's morgens weer wordt opgehaald of pas 's avonds na het eten. Op declaratieformulier voor weekend- en deeltijdpleegzorg kunt u begin- en eindtijden opgeven.

naar boven

lees meer...
 
 
 
 

FSP Extra vergoeding

Onder bepaalde omstandigheden kunt u een hogere vergoeding krijgen dan het hiervoor genoemde basisbedrag. De maximale extra vergoeding is in 2012 € 3,30 per dag per pleegkind. De hoogte van het bedrag hangt af van de situatie van uw pleegkind.

Er zijn drie situaties waarvoor deze extra toeslag verleend wordt:

  • Verblijf van een pleegkind bij een pleegouder in een crisissituatie (maximaal vier weken).
  • Verblijf van drie of meer pleegkinderen bij dezelfde pleegouder (de toeslag geldt vanaf het derde pleegkind) .
  • De opvoeding en verzorging van pleegkinderen met een geestelijke of lichamelijke handicap (medische verklaring ter beoordeling van teamleider Pleegzorg).

In alle situaties gaat het om een toeslag voor noodzakelijk gemaakte kosten. Er moeten worden aangetoond dat deze kosten niet uit het basisbedrag kunnen worden voldaan en dat er geen vergoeding op grond van een andere regeling kan worden verstrekt.

naar boven

 
 
 
 

FSP Eigen bijdrage(n) jongeren

In de Wet op de jeugdzorg staat dat een jeugdige aan wie verzorging en verblijf wordt geboden een bijdrage in de kosten van de zorg moet geven aan de zorgaanbieder. Deze eigen bijdrage is afhankelijk van het eigen netto inkomen van de jeugdige. Mogelijke vormen van inkomen zijn uitkeringen, loon en/of studiefinanciering.

Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg

In het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg staat hoe hoog de eigen bijdrage kan zijn en met welk inkomen rekening wordt gehouden.

  • De eigen bijdrage is gelijk aan het netto-maandinkomen, verminderd met 25 procent van het minimumloon dat geldt voor een vijftienjarige. Indien de jeugdige zestien jaar of ouder is, wordt gerekend met het voor die leeftijd geldende minimumloon.
  • De eigen bijdrage zoals deze hierboven berekend is, wordt voor een jeugdige met een netto jaarinkomen uit tegenwoordige arbeidverder verminderd met 25% van deze bijdrage. Als het inkomen uit tegenwoordige arbeid op jaarbasis minder is dan € 635,29, dan wordt deze bijdrage verminderd met dat inkomen (bijvoorbeeld vakantiebaantjes).
  • Bij een uitkering in het kader van de Studiefinanciering wordt de bijdrage verminderd met:
    o het deel van de uitkering dat bedoeld is voor boeken, leermiddelen of onderwijsbijdrage;
    o de premie voor een zorgverzekering van de jeugdige.
  • De eigen bijdrage is niet hoger dan de kosten van het verblijf.
 
 
 
 

FSP Ouderbijdrage

Ouders zijn wettelijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen, ook als het kind tijdelijk buiten het gezin wordt verzorgd en opgevoed. Dat kan gebeuren op verzoek van de ouders of het kind zelf. Met een machtiging van de kinderrechter kan het kind ook tegen de wens van de ouders uithuis geplaatst worden.

Ouders betalen een bijdrage

Als het kind buiten het gezin wordt verzorgd, dan moeten de ouders een bijdrage in de kosten van de verleende zorg betalen. Deze bijdrage wordt 'ouderbijdrage' genoemd. De ouderbijdrage is niet afhankelijk van het inkomen van de ouder. Het Landelijk Bureau Inning Ouderbijdragen (LBIO) [link] stelt de ouderbijdragen vast en int deze.

In onderstaande tabel staan de ouderbijdragen per maand op basis van vijf dagen of meer per week. De hoogte is afhankelijk de leeftijd van het kind, de soort zorg en het aantal dagen per week dat het kind is geplaatst.

Leeftijd kind | Dag- en nachtplaatsing (2010) | Dagplaatsing (2010)
0 t/m 5 jaar    € 68,76                                    € 34,38
6 t/m 11 jaar  € 94,55                                    € 47,28
12 t/m 20 jr    € 120,33                                  € 60,17

Bij het vaststellen van de bedragen is er rekening mee gehouden dat ouders naast de ouderbijdrage ook nog andere kosten voor het kind maken, zoals bezoekkosten, schoolgeld, verzekeringen of verblijfkosten in het weekend en tijdens vakanties.

Uitzonderingen

In een aantal gevallen is geen ouderbijdrage verschuldigd:

  • bij crisisplaatsing;
  • als de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de plaatsing subsidieert;
  • als er alimentatie voor het geplaatste kind moet worden betaald;
  • als de rechter de ouder uit het ouderlijke gezag heeft ontheven;
  • als de jeugdige een eigen inkomen heeft van tenminste € 226,89 netto per maand of een uitkering ontvangt op grond van de Wet Studiefinanciering (deze regel geldt niet bij een dagplaatsing.
 
 
 
 

FSP Gezagsverhouding ouder en jeugdige

De basis waarop een pleegkind in een pleeggezin komt kan verschillend zijn. Van belang is het onderscheid in voogdij-, OTS- en vrijwillige plaatsingen.

Dit onderscheid is gebaseerd op de gezagsverhouding tussen ouders en jeugdige. Meer informatie over gezagsmaatregelen vind u op de website van het Ministerie van Justitie.

Het onderscheid in deze typering is van financieel belang in verband met de kosten die niet uit de pleegvergoeding kunnen worden betaald. In principe kunnen daarvoor de ouders als onderhoudsplichtigen worden aangesproken, behalve in het geval van voogdij.

Voogdij
Voogdij betekent dat het gezag over minderjarige kinderen niet door de ouders wordt uitgeoefend, maar door iemand anders. Het voogdijschap kan door één voogd of door twee voogden samen (gezamenlijke voogdij) worden uitgeoefend. De kinderrechter benoemt een voogd. Ook een voogdij-instelling kan tot voogd worden benoemd, zoals Bureau Jeugdzorg. Een voogd moet minimaal achttien jaar zijn.

Bij het merendeel van de plaatsingen op basis van voogdij heeft Yorneo te maken met Bureau Jeugdzorg Drenthe (BJD) als voogdij-instelling.

Onder toezichtstelling (OTS)
Onder toezichtstelling (OTS) is een maatregel die kan worden uitgesproken door de kinderrechter. Dit gebeurt alleen wanneer de geestelijke of lichamelijke belangen en/of gezondheid van een minderjarige ernstig worden bedreigd. Als de rechter vindt dat OTS nodig is, stelt hij de minderjarige onder toezicht van een (gezins)voogdij-instelling. Bovendien kan de jongere (met een machtiging) uit huis worden geplaatst.

Vrijwillige plaatsingen
Bij vrijwillige geplaatste kinderen houden ouders het (volledige) gezag.

 
 
 
 

FSP Bijzondere kosten

Voor bijzondere kosten die niet uit de pleegvergoeding kunnen worden betaald, worden in eerste instantie de ouders als onderhoudsplichtigen aangesproken. In geval van voogdij is dat de voogd of de voogdij-instelling.

Bureau Jeugdzorg Drenthe (BJD) heeft beschreven welke bijzondere kosten worden vergoed:

  • voor kinderen die onder voogdij staan;
  • voor kinderen die met een machtiging uithuisplaatsing niet bij de ouders verblijven (OTS) en waarvoor de leidinggevende toestemming heeft gegeven voor vergoeding van de kosten.

Met vragen hierover kunt u terecht bij uw (gezins)voogdijwerker.

 
 
 
 

FSP Ziektekostenverzekering

Ouder(s) hebben zelf het gezag.
Ouders die zelf het gezag over hun kind hebben, moeten ervoor zorgen dat hun kind is aangemeld voor de basisverzekering. Bij voogdijkinderen is de wettelijke vertegenwoordiger hiervoor verantwoordelijk. Voor jongeren is de basisverzekering tot 18 jaar gratis. De aanvullende verzekering is niet verplicht en ook niet gratis.

Ondertoezichtstellingen(OTS)
In het geval van een OTS blijft het de taak van de ouders om zorg te dragen voor een ziektekostenverzekering. Pleegkinderen met een OTS maatregel kunnen voor aanvullende ziektekosten verzekerd worden via de casemanager van Bureau Jeugdzorg (VGZ)

Voogdijmaatregel
Degene belast met de voogdij (bijvoorbeeld een persoon of een voogdij-instelling zoals Bureau Jeugdzorg) is verantwoordelijk voor de ziektekostenverzekering van het kind.

Ouder dan 18
Pleegkinderen van 18 jaar en ouder zijn volwassen en moeten zelf zorgen voor een verzekering tegen ziektekosten.

 
 
 
 

FSP Kinderbijslag

Kinderbijslag is een tegemoetkoming die ouders ontvangen voor kinderen tot 18 jaar. Pleegkinderen zijn voor de Algemene Kinderbijslagwet uitwonend. Meer over kinderbijslag leest u op de website van de Sociale Verzekering Bank.

Hoeveel kinderbijslag ouders ontvangen voor uitwonende kinderen is afhankelijk van

  • de reden waarom het kind uitwonend is (bijv. ziekte, onderwijs); 
  • de onderhoudskosten die ouders voor het kind maken 
  • de eigen inkomsten van het kind.

Als u geen pleegvergoeding krijgt, dan is het mogelijk om voor uw pleegkind kinderbijslag te ontvangen. U moet dan wel duurzaam, dus voor lange tijd, voor uw pleegkind zorgen. Dit kan het geval zijn bij pleegoudervoogdij.

 
 
 
 

FSP Nabestaandenuitkering

Soms komt het voor dat pleegkinderen halfwees zijn. Om te bepalen of er recht is op een halfwezenuitkering is het van belang wie het kind (jonger dan 18 jaar) verzorgt. Dit is meestal de nabestaande maar het kan ook een ander zijn die het kind in huis neemt en verzorgt. De halfwezenuitkering kan niet gecombineerd worden met een pleegvergoeding.

Weeskinderen
Een kind komt in aanmerking voor een (volle) wezenuitkering als beide ouders zijn overleden en de ouder die het laatst is gestorven op het moment van overlijden verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet. Het wezengeld is inkomen voor het pleegkind en moet bij de berekening van de eigen bijdrage van het kind worden meegenomen.

 
 
 
 

FSP Als je pleegkind 18 jaar wordt

Wanneer een kind meerderjarigheid wordt, dan heeft dit een aantal consequenties. Vanaf de achttiende verjaardag van een pleegkind eindigt in de meeste gevallen de hulpverlening en stopt ook de pleegvergoeding.

Verlengde hulpverlening
Pleegkinderen kunnen echter na hun achttiende verjaardag nog steeds behoefte hebben aan ondersteuning en begeleiding. Ze kunnen dan een beroep doen op voortgezette hulpverlening. Dit is altijd vrijwillig. Voorwaarde is wel dat de jongere zelf nog hulp wil en er een gerichte hulpvraag is.

Voor voortgezette hulpverlening is een indicatie van Bureau Jeugdzorg nodig.

Studiefinanciering
Een bekende regeling die geldt voor scholieren van 18 jaar en ouder is de wet studiefinanciering.

 
 
 
 

FSP Pleegoudervoogdij

In sommige gevallen kunnen pleegouders de voogdij krijgen over hun pleegkind. Ze krijgen dan de bevoegdheden die ouders normaal hebben.

Dit voogdijschap heeft consequenties voor de pleegzorgsituatie; er is immers een juridische opvoedingssituatie ontstaan die vergelijkbaar is met een normaal gezin. In principe heeft pleegzorg daarin geen plek, maar er kunnen redenen zijn om wel door te gaan met bijvoorbeeld de pleegzorgbegeleiding. Daarvoor is de Regeling pleegoudervoogdij gemaakt. Meer hierover leest u in de brochure Pleegoudervoogdij.

 
 
 
 

FSP Praktische hulp

Yorneo Pleegzorg heeft voor noodgevallen een extra budget beschikbaar voor het praktisch ondersteunen van pleeggezinnen. U kunt hierbij denken aan een vergoeding voor therapieën, medicatie of opleidingen die elders niet vergoed worden. U kunt een aanvraag voor een bijdrage uit dit budget schriftelijk indienen via de pleegzorgwerker.

Eigen depot met kinderspulletjes
Yorneo Pleegzorg heeft in de afgelopen jaren een depot aangelegd met allerlei spulletjes die van pas kunnen komen bij een pleegzorgplaatsing. Denk bijvoorbeeld aan ledikanten, kinderwagens, autostoeltjes en babykleertjes. Pleeggezinnen van Yorneo kunnen in overleg gebruik maken van dit depot.

 
 
 
 

FSP Bijstand

Een pleegkind maakt voor het recht op bijstand geen deel uit van het gezin van de pleegouders. Er is dus geen recht op bijstand. In een aantal situaties kan er toch (bijzondere) bijstand worden aangevraagd. Raadpleeg voor meer informatie de website van Postbus 51.

 
 
 
 

FSP Persoonsgebonden Budget (PGB)

Soms heeft een kind vanwege een handicap extra zorg nodig. Ook wanneer een kind in een pleeggezin woont, kan aanspraak gemaakt worden op deze extra AWBZ-zorg om daarmee de pleegouders te ontlasten.

In Nederland kan op twee manieren aanspraak gemaakt worden op AWBZ-zorg:

  • in natura (het kind ontvangt dan zorg via een zorginstelling);
  • via een persoonsgebonden budget (PGB).

Met het PGB kunt u zelf zorg inkopen. U kunt dan zelf de zorgaanbieders uitkiezen en met ze afspreken wanneer ze komen en welke diensten ze leveren. Ook is het mogelijk om het PGB te combineren met zorg in natura.

AWBZ of WMO

Het PGB is onderverdeeld in het PGB-AWBZ (via het zorgkantoor) en het PGB-WMO (via de gemeente):

  • PGB-AWBZ omvat persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding en activerende begeleiding. 
  • PGB-WMO omvat huishoudelijke verzorging, hulpmiddelen en voorzieningen.

Algemene Wet Bijzonder Ziektekosten (AWBZ)
Om een PGB-AWBZ of zorg in natura aan te vragen, is een indicatie nodig van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of het Bureau Jeugdzorg (voor kinderen en jongeren tot 18 jaar met psychiatrische problemen). Het PGB wordt niet gezien als inkomen en heeft dus geen invloed op bijvoorbeeld belastingen, huursubsidie of uitkeringen.

Wet Maatschappelijke ondersteuning (WMO)
Voor huishoudelijke hulp en woningaanpassingen kunt u een persoonsgebonden budget (PGB) krijgen. Met dit PGB kunt u bijvoorbeeld iemand inhuren die u helpt in het huishouden. Dat kan een professionele kracht zijn, maar ook een kennis of een familielid die u vaak helpt. Meer over PGB via deze link.

 
 
 
 

FSP Fondsen

Yorneo ontvangt van verschillende financiers geld voor onder meer het aanbieden van pleegzorg. Daarnaast zijn er situaties waarvoor financiers geen geld beschikbaar stellen, maar waarbij er toch een duidelijke relatie met Yorneo ligt. De afdeling Financiën biedt de mogelijkheid om via fondsen te proberen het benodigde bedrag bijeen te krijgen. Daarbij kan het gaan om bijvoorbeeld aanschaf van materialen, inrichting van accommodaties, verbouwingen, aanvragen en vakanties ten behoeve van jongeren en (pleeg)gezinnen.

Jeugdsportfonds
Via het Jeugdsportfonds Drenthe kan een jongere een jaar lang sporten. De bijdrage van het fonds bedraagt maximaal € 225

 
 
 
 

FSP Wettelijke Aansprakeljikheidsverzekering (WA)

Wanneer pleegkinderen omverhoopt schade veroorzaken, zijn er twee zaken van belang om te bepalen wie er aansprakelijk is voor de schade:

  • wie heeft het ouderlijk gezag?
  • wat is de leeftijd van het kind?

Voor kinderen tot en met veertien jaar die vrijwillig of via OTS geplaatst zijn, blijven de ouders aansprakelijk. Bij een voogdijplaatsing zijn de voogdij-instelling of de voogd aansprakelijk.

Is het kind vijftien of zestien jaar, dan gelden in principe dezelfde regels. Ouders en voogden zijn echter niet aansprakelijk als zij de schade niet konden beletten. In dat geval worden de pleegouders vaak aansprakelijk gesteld.

Voor de WA-verzekering geldt:

  • Pleegkinderen kunnen meeverzekerd worden op de WA-verzekering van de pleegouders (melden aan verzekeraar).
  • Pleegkinderen van 18 jaar en ouder moeten zelf een eigen WA-verzekering afsluiten.

Overigens heeft Yorneo voor schade veroorzaakt door tijdelijk gehuisveste jongeren een secundaire dekking.

 
 
 
 

FSP Belastingdienst en pleegvergoeding

De pleegzorgvergoeding is een dekking van de te maken kosten voor het onderhoud van een pleegkind. De Belastingdienst ziet de pleegvergoeding dus niet als belastbaar inkomen. Tenzij er méér dan 3 pleegkinderen (dus 4,5 of meer) in het pleeggezin zijn opgenomen. De Belastingdienst vindt dat pleegouders er in dat geval hun beroep van hebben gemaakt. 

De belastinginspecteur vervult een sleutelrol om te bepalen (in elke afzonderlijke situatie!!) of er sprake is van pleegzorg zoals pleegzorg bedoeld is óf dat er sprake is van (quasi-) professionele hulpverlening en dus aan de loonbelasting onderhevige pleegzorgvergoeding(en). Advies: vraag vooraf een uitspraak van de inspecteur van Belastingen.